Tips, trucs en Technieken

Gothic arch cards

Dit is een alternatief voor ATC’s, ook leuk om te doen. Alle maten zijn mogelijk, maar de kaart moet altijd een boogvorm hebben (arch-style). Het uiterlijk is vaak vintage/shabby.

Inchies, twinchies, trinchies 

Ok dit is een leuk alternatief.

Een inchie is een mini-kunstwerkje op het formaat van 1x1 inch (2,54 x 2,54 cm).
De achterkant/basis wordt gemaakt van stevig papier en hierop werk je in materialen naar keuze.
Alles mag: plat vlak, 3d, tekenen, stempelen, transfers, schilderen, collage en nog veel meer. Zolang je maar binnen het formaat blijft.
Sommige mensen sparen inchies (net als atc’s kun je ze ook ruilen) maar je kunt ze ook op heel veel andere leuke manieren gebruiken, bijvoorbeeld in scrapbooking en bij het kaarten maken. Vele kleintjes maken één grote collage.

De inchies worden ook heel vaak uitgevoerd in textiel.

Een twinchie is dubbel zo groot: 2 x 2 inch.

Een trinchie is 3 x 3 inch.


ARTIST TRADING CARDS

De Artist Trading Card (ATC) is een ware kunstrage in de U.S., maar is inmiddels ook al naar Nederland overgewaaid. Het schijnt dat ze ontstaan zijn in 1996 toen de kunstenaar Stirneman een tentoonstelling van zijn werk had, maar geen geld had voor een dure catalogus. Hij maakte toen met de hand “visitekaartjes”: een origineel kunstwerkje op de voorkant en zijn gegevens op de achterkant. Hij gaf ze weg als promotie voor zijn werk. Zij waren erg gewild en er volgde in 1997 een expositie met 1200 ATC’s van diverse kunstenaars.

Het formaat van een ATC is dan ook van visitekaartjesformaat met de wereldwijd vaststaande afmetingen van 6,4cm x 8,9cm en dat is tevens de enige regel waaraan het kaartje moet voldoen: deze maat en geen enkele andere!

Maar je moet je wel aan een paar afspraken houden: ATC’s mogen nóóit worden gekocht of verkocht. Je geeft ze weg of je ruilt ze (altijd één op één). Ook een hele verzameling mag je niet kopen of verkopen.

Op deze manier kun je een hele leuke kunstcollectie opbouwen zonder dat het je veel geld hoeft te kosten: je betaalt alleen het materiaal van je eigengemaakte ATC’s. Voordat je kunt gaan opbouwen moet je dus eerst zelf aan de slag en een aantal ATC’s maken, anders kun je niet gaan ruilen.

Hoe je ze maakt of van welk materiaal mag je zelf uitmaken: papier, stof, plastic, metaal, dat maakt allemaal niet uit. Welke technieken je gebruikt maakt ook niet uit: een tekening, een aquarel, collage, foto, mixed media, textiele werkvormen, alles mag en kan. Ze moeten wel stevig genoeg zijn om ze eventueel per post te verzenden en niet al te dik, zodat ze bijvoorbeeld in een album (met speciale zuurvrije hoesjes) passen. Je kunt er ook een speciaal doosje voor maken, wat je maar wilt. Maar hoe je ze ook maakt, besteed er wel zorg aan: het zijn tenslotte jouw “visitekaartjes”!

Je kunt beginnen met de kaartjes eerst op de precieze maat te snijden en ze dan te maken. Je kunt ook eerst op A4formaat werken en deze daarna op de juiste maat snijden. Het is af te raden een werk dat je op A4formaat of groter hebt gemaakt, te scannen en dan op het kleine ATCformaat af te drukken. De afbeelding zal dan veel te priegelig zijn en je kunt dan zien dat je het nooit zó klein op het kaartje hebt kunnen prutsen.

Op de achterkant moet ook nog het een en ander komen te staan: - je naam - de datum waarop je het kaartje hebt gemaakt - je contactadres/emailadres (als je er prijs op stelt dat de ontvanger eventueel contact met je opneemt) - de titel van het werkstukje - en of het een origineel is, uit een serie komt of uit een editie.

Van een origineel bestaat slechts één exemplaar.

Een serie bestaat uit meerdere exemplaren die niet hetzelfde zijn maar wel bij elkaar horen omdat ze bijvoorbeeld hetzelfde thema hebben. Vermeld het hoeveelste exemplaar uit de serie het kaartje is; bijvoorbeeld: 2/8 (dit is het 2e exemplaar uit een serie van 8 stuks).

Een editie bestaat uit meerdere identieke exemplaren. Je vermeldt dan het hoeveelste exemplaar uit de editie het is, bijvoorbeeld 3/4 (de 3e uit een editie van 4 stuks).


Schaaltje van textiel

Probeer eens een schaaltje van textiel te maken (geen synthetische stof). Je hebt daarvoor nodig houtlijm die transparant opdroogt. Verdun deze houtlijm 1 op 1 met water. Neem een schaaltje als vorm en bekleed deze met dun plastic of papier waar een siliconenlaagje opzit. Of iets anders waar de houtlijm niet aan vast droogt. Een vorm van siliconen zou moeten lukken zonder bekleden, maar dat heb ik nog niet uitgeprobeerd. Misschien lukt glas ook wel zonder bekleden. Leg lapjes stof (katoen) in de vorm en lijm ze vast. Overal insmeren. Als het (bijna) droog is leg je er een 2e en eventueel een 3e laag in. Denk eraan dat zowel de binnenkant als de buitenkant mooi moet zijn. Dus als de katoenen stof een niet zo mooie achterkant heeft, leg de eerste laag dan met de goede kant naar beneden en de 2e laag met de goede kant naar boven. Laat drogen, haal het schaaltje uit de vorm en pel de beschermlaag eraf.

Voor het resultaat: kijk naar naar het onderdeel beeldend ruimtelijk en ga naar objecten, scroll naar beneden.

scroll back to top