Zoals een ieder mogelijk inmiddels wel weet, organiseren mijn echtgenoot Rindert (Brouwer) en ik elk jaar een funeraire reis (zie onze website www.atelier-terreaarde.nl). Deze reis bereiden wij terdege, ter plekke en stap-voor-stap voor. Gedurende de voorbereidingsreis schrijf ik over onze belevenissen meerdere anecdotes, die ik tijdens de definitieve reis voorlees in de bus.

Hieronder een tweetal anecdotes betreffende de reis naar Praag in het jaar 2000.

WAT ONS OVERKWAM IN HOTEL DUO

=een anecdote=

Zeven uur hadden we gedaan over driehonderd kilometer. Met de auto wel te verstaan. Het lag niet aan de rijkunst, het lag niet aan de auto maar het lag aan de weg. Die werd opgeknapt en daarom was er maar één rijstrook beschikbaar. Daarom waren we te laat in Teresiënstadt om nog de vesting binnen te komen. Niet dat dit heel erg was, want we waren er al eerder geweest.

En daarom waren we ook maar krap-aan op tijd bij Hotel Duo in Praag. De door ons gereserveerde kamer werd voor ons tot uiterlijk zeven uur ‘s avonds vastgehouden. Lichtelijk in de zenuwen stonden we om vijf voor zeven voor de slagbomen bij het hotel. We wilden niet het risico te lopen dat onze gereserveerde kamer aan iemand anders werd toegewezen, dus gunden we ons geen tijd om eerst de auto op de grote parkeerplaats te zetten. Ik reed als een taxi voor de hoofdingang, Rindert sprong eruit en repte zich naar de receptie.

Even later kwam hij met sleutel-en-al weer naar buiten, stapte weer in en we parkeerden de auto braaf zoals het hoorde op de parkeerplaats. We zeulden onze koffers richting hoofdingang, alwaar wij besprongen werden door een kruier. Omdat we er zeker van waren dat we voldoende Tsjechisch kleingeld hadden om ons deze luxe te kunnen veroorloven, lieten we het gezeul verder over aan de kruier.

Hij ging ons voor naar de lift en nam kennis van ons kamernummer. De blik in zijn ogen gaf ons een wat merkwaardig gevoel, maar wat die blik inhield konden we niet weten. Nog niet.

Vijfde etage, lange gang door, sleutelkaart in het slot, deur open en ...taddamm! wij konden naar binnen. De kruier schoof onze bagage erachter aan, inde zijn kleingeld en verdween, de deur achter zich dicht trekkend.

We keken eens rond. Het duurde even voordat we zagen wat er mis was: de kamer had vrij normale afmetingen maar het bed niet: het was een éénpersoonsbed!

Toen konden we de blik in de ogen van de kruier wel verklaren. Hij móét gedacht hebben dat Rindert een slippertje maakte en clandestien een liefie mee naar binnensmokkelde.

Op dat moment waren we van de lange dag met tegenslagen te moe om er de humor van in te zien.

Deur weer open, koffers naar buiten, wij naar buiten, deur met een knal dicht, de lange gang weer door richting lift waarbij de koffers dit keer door óns gedragen werden, pissig de kleine lift weer in, even klem tussen de deuren, zakken naarde begane grond, op hoge poten naar de receptie, koffers met een dreun tegen de balie, twee gezichten als een donderwolk. Je kunt je vast wel voorstellen hoe dat eruit zal hebben gezien.

Achter de balie stond een dom blondje met zwart haar. Rindert vroeg haar rekenschap, tenslotte had hij een twéépersoonskamer gereserveerd en kon daarvan de bevestiging overleggen. Zegt me dat schaap: “ik zag daarstraks maar één persoon voor de balie staan, dus heb ik u maar een éénpersoonskamer gegeven!”

Verbluft en verpletterd over zoveel logica, nog steeds pissig en nog veel vermoeider ging het nogmaals mét koffers richting lift. De kruier keek wijselijk de andere kant op.

Lift in, even klem tussen de deuren, zuchtend naar boven, op de achtste verdieping eruit, lange gang door, sleutelkaart in het slot ...... en toen niks meer. Sleutelkaart erin, sleutelkaart eruit. Andersom erin. Ondersteboven erin. Achterste voren erin. Binnenstebuiten erin. De deur was dicht en de deur bleef dicht. Rindert riep alle heiligen in hemel aan en hielp hem erbij.

We verrèkten het om met alle koffers ... de gang door ... naar de lift ... even klem … etc etc. Omdat je op zo’n moment als vrouw onbetwist in het voordeel bent, of daar tenminste van kunt profiteren, ging ik demonstratief op de koffers zitten.

Rindert ging de gang door, naar de lift, of-t-ie klem zat weet ik niet, naar beneden .....

Ik heb niet gezien hoe hij keek, maar dat kon ik wel raden. Wat hij beneden heeft gezegd weet ik ook niet, maat hij kwam boven met een vent in uniform van de bewakingsdienst.

Vanaf mijn koffer keek ik toe hoe die man de sleutelkaart in het slot stak en de deur opende. De blik in zijn ogen leek veel op die van de kruier.

DE CREDITCARD IN HOTEL DUO

= nog een anecdote =

Nadat Brouwer en Goudsmit enigszins zijn hersteld van hun avonturen met de kruier, het blondje achter de balie en de veiligheidsfunctionaris door een douche te nemen en zich om te kleden, installeren zij zich eerst aan de bar en vervolgens in één van de restaurants van het hotel. De sleutelkaart is ook een creditcard, waarmee zij hun vertering op hun rekening kunnen laten bijschrijven.

Na al die perikelen zijn ze wel toe aan enig gemak en maken daar dan ook dankbaar gebruik van.

Na een goed en ook voordelig maal keren zij terug tot de humor des levens en lachen hartelijk over de voorbije ergernissen. Zij begeven zij zich ter beddekoetse en slapen de slaap der onschuldigen en vooral de slaap der vermoeiden.

Uitgerust gaan zij de volgende dag op pad om voor jullie de reis in de praktijk voor te bereiden en –omdat gemak de mens dient- eten zij wederom in het hotel, zij het in een ander restaurant. Zij genieten uitgebreid van het goede der aarde en het wordt al een gewoonte om na afloop de sleutelcreditcard ter betaling aan te bieden.

Dat de ober terugkomt met de mededeling dat de kaart het niet doet, brengt hen niet in beroering. Immers, het is slechts de kaart van Brouwer die het niet doet en Goudsmit heeft er ook één. Omdat ze getrouwd zijn in gemeenschap van goederen maakt het geen moer uit wie de rekening betaalt. Goudsmit geeft háár kaart en alles is weer in orde.

Nu wordt het even saai, want alles herhaalt zich: beddekoetse, slaap der onschuldigen, erop uit om zich voor jullie uit te sloven, moe maar voldaan terug in het hotel, douchen en omkleden, restaurantje in het hotel, genieten van de uitstekende kaart, aanbieden van de sleutelcreditkaart van Goudsmit. Die van Brouwer deed het immers niet.

Schoorvoetend komt de ober terug om fluisterend mede te delen dat er iets met de sleutelcreditcard niet in orde is. Brouwer & Co zijn perplex, het bericht valt slecht op de volle maag en is geen smakelijk extra toetje: het is meer “mosterd na de maaltijd”.

Goudsmit ziet hoe de gelaatsuitdrukking van Brouwer verandert van verbijstering in stoom-uit-de-oren. Je zíet hem denken “zeker dat zwartharige blondje weer”.

Brouwer stapt letterlijk en figuurlijk op hoge poten naar de receptie en keert enige tijd later getemd maar ook tevreden terug.

Misschien kun je in zo’n geval in Nederland “discriminatie” roepen en hierin gehonoreerd worden, we geven je in Tsjechië weinig kans; laat daarom het navolgende een kleine waarschuwing zijn voor u allen:

Hotel Duo, -mogelijk wijs geworden door ervaring-, heeft het krediet op de sleutelkaart voor buspassagiers gelimiteerd tot 1000 kronen. Als dit op is: eerst betalen en dan is er weer krediet. Brouwer en Goudsmit –op dat moment reizend per eigen auto- kregen 1000 excuses en vanaf dat moment ongelimiteerd krediet.

Moge het u allen tot troost zijn dat bij déze reis ook Brouwer & Co een gelimiteerde sleutelcreditcard zullen ontvangen.

Praagreis, © J.Goudsmit augustus 2000

scroll back to top