ONTWAKEN OP HET HONGAARSE PLATTELAND

Zzzzzz. Het zoemen van een vlieg maakt mij wakker. Nog met mijn ogen dicht maai ik met mijn armen in het rond. Even is het stil. Dan begint het gezoem opnieuw opnieuw. Veel luider nu, de vlieg heeft versterking gehaald. Geïrriteerd kruip ik helemaal onder de dikke donsdeken, maar even later kom ik toch loom overeind.

Met een zucht zie ik dat het pas half zeven is. Hoor de duiven vredig koeren op het dak! Toemaar duifjes en eet niet teveel! Dikke duiven gaan snel de pan in. De kippen tokkelen maar wat. Ze zijn zeker al gevoerd. De varkens en de schapen zijn onrustig. Hun ontbijt is nog niet geserveerd.

waterbak Jezelf wassen doe je met be- hulp van een bakje met water 

  Dan jagen de vliegen mij het bed uit. Wat een ellende toch, die rotvliegen, je kunt ze gewoon niet het huis uit krijgen.

Ik was me in een klein beetje water in een bak. Water is schaars, het moet gehaald worden in kannen aan de dorpspomp, 500 meter verderop.

In een wip ben ik aangekleed en steek mijn hoofd om de hoek van de deur. En ja hoor, daar staat het weer. Twee lege glaasjes en één vol. Dat volle glaasje is voor mij. Mijn gastheer en gastvrouw hebben hun glaasjes al leeg.

‘s Lands wijs, ‘s lands eer: elke morgen op de nuchtere maag een glaasje szilva pálinka, de zelfgestookte echte hongaarse pruimenjenever. Lekker, dat wel, maar op je nuchtere maag?

Om de gastheer niet teleur te stellen ledig ik het glas, in één teug. De vloeistof zoekt zich brandend de weg naar mijn maag.  

Zo komt het dat ik enigszins zwevend het smalle paadje op loop naar het andere tweekamerhuisje met de dikke muren, waar de woonkeuken is en nog een slaapvertrek.

De zon brandt al, de hitte trilt boven de gebarsten kleiachtige grond. Op de nabijgelegen poesta kun je soms rond het middaguur een fata morgana zien. Ik loop tussen het veldje met paprika en het stukje grond met druiven door. In de verte wuift het mais zich wat koelte toe.

De witgekalkte muren verblinden me en doen me mijn ogen toeknijpen. De scheve keukendeur staat open en de geur van gebakken spek komt naar buiten en vermengt zich met de typische geur van het platteland.

In de keuken met de vloer van zand en met het grote stenen fornuis, is de rest van de familie reeds bijeen. Heerlijk koel is het in de keuken, koud bijna, in vergelijking met de ongenadige hitte buiten.

De stemming is uitstekend: glaasje op, spek in de pan en er is regen voorspeld: wat wil je nog meer? Ik ga zitten en krijg een minuscuul kopje roetzwarte koffie voor mijn neus, dat ik dankbaar aanneem.

Regen, ja, dat kunnen we hier nu gebruiken. Het is weken geleden dat het regende; de grond met zijn diepe scheuren dorst naar water.

Voor de paprika’s moet dagelijks water geput worden uit het kleine maar diepe putje vol drabbig grondwater, achteraan op het erf.

spek In de keuken wordt spek gebakken

Dat is een zwaar werkje, ik heb het ook wel eens gedaan. Als de emmer boven de rand uitkomt, is hij al half leeg. Er zit een gat in. Nieuwe emmers zijn duur.

Ik zit op mijn gammele stoel en voel me loom worden. Een combinatie van slaap, warmte  en jenever. Boven de hete zoete koffie mijmer ik maar wat. De katten zijn niet weg te slaan uit de keuken. Er is een gans geslacht en zij krijgen de ingewanden. Arme gans, vetgemest in een hoekje van de schuur. Volgestopt wordt hij met voer tot boven aan de hals en dan, hup, touwtje erom en uitspugen gaat niet meer.

Deze mensen moeten toch eigenlijk gelukkiger zijn dan wij, suf ik verder, nergens wordt een probleem van gemaakt, ook niet over de gans. Geen zorgen over geld, dat is er toch niet. Net genoeg is er voor het allernoodzakelijkste, niet voor luxe. En als je wel geld hebt, wat moet je ermee? Luxe is niet te koop en bovendien, waar dient het voor? Zandvloeren kun je niet stofzuigen. Wasautomaat? Nooit van gehoord. De zon bleekt het wasgoed en de wind blaast het droog! Een koelkast? Heel ongezond, dat koude spul.

Toch gaan de jaren niet ongemerkt aan de mensen voorbij. Diepe rimpels doorgroeven de verweerde gezichten, de bruinverbrande handen zijn grof, de vingers zijn gekromd. Ook de ruggen zijn krom, het hoofd is gebogen. Maar er glanst wel humor in de donkere ogen en de mond is tot lachen bereid.

platteland Kurkdroge grond op het hongaarse platteland

Het is zwaar werk aan het eigen stukje kurkdroge grond je dagelijkse kostje te ontfutselen. Er blijft weinig tijd over voor ontspanning.

Hoogtepunten zijn het binnenhalen van de maisoogst, het slachten van een varken en het is feest als de zelfgemaakte wijn en jenever worden geproefd.

 

 Weer zijn het de vliegen, die eeuwig irriterende vliegen, die mij uit mijn sluimer halen. Zij gonzen en zoemen onophoudelijk om mijn hoofd. Geen tien of twintig, nee, minstens honderd.

Dan roept de gastvrouw dat het ontbijt klaarstaat, een heerlijk stevig ontbijt, met zorg klaargemaakt. Opeens ben ik klaarwakker. De dag is voor mij begonnen.

dageraad
De dag is begonnen 

scroll back to top